KNMI

Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) staat bij de meeste mensen bekend om de weerberichten. Toch is dit slechts één van de vakgebieden van dit instituut. Het is een agentschap van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en er werken zo’n 450 mensen.

Klimaat en seismologie

Het KNMI houdt zich namelijk met meer zaken bezig. De kennisgebieden van het KNMI zijn weer, klimaat en seismologie. Sinds 1924 worden vanuit De Bilt via een eigen zender weerberichten de ether ingestuurd, maar bij oprichting zat het ergens anders (zie volgende alinea). Vanaf 1936 leverde het KNMI ook de weerberichten aan journalen. Toen de televisie in opkomst kwam, was het KNMI er ook direct bij en introduceerde het de weerman. Wat exact de taken zijn van het KNMI is vastgelegd in de Wet op KNMI. Dit omdat het een volledig publiek instituut is en commercie een rol dreigde te gaan spelen. Een belangrijke functie van het KNMI is, naast het opstellen van algemene weersverwachtingen, het uitgeven van waarschuwingen bij bijvoorbeeld zeer zware storm.

De Bilt

Toen het instituut op 31 januari 1854 werd opgericht had het de naam Koninklijk Meteorologisch Observatorium. Het was destijds gevestigd in Utrecht, maar al in 1897 verhuisde het KNMI naar De Bilt, waar het nog steeds zit. Het KNMI werd een pioniersinstituut op het gebied van weersverwachtingen. Zo was het een van de eerste instituten in de wereld die stormwaarschuwingen afgaf en weerkaarten produceerde. Stormen werden voorspeld met de wet van Buys Ballot. Dit was de eerste hoofddirecteur van het KNMI. Hij was ook naamgever van de wetmatigheid in de meteorologie over wind en luchtdruk. Het feit dat kranten weinig belangstelling hadden voor wetenschappelijke weerkaarten en dat volksweerkunde hoogtij vierde, was hem een doorn in het oog.

Luchtvaart

Het KNMI was met haar weersvoorspellingen niet alleen belangrijk voor ‘gewone’ burgers. Ook de luchtvaart begon in de jaren twintig van de twintigste eeuw ook gebruik te maken van de voorspellingen en kaarten. In 1938 opende het KNMI zelfs een filiaal op luchthaven Schiphol. Het was de voorbode voor een sterke samenwerking tussen het KNMI en de luchtvaart; meer luchthavens volgden met een eigen filiaal.

Na WO II

Na de Tweede Wereldoorlog brak de meteorologie helemaal door. Het KNMI groeide en kreeg weerstations, weerschepen, weerboeien, weerballonnen, radar en kunstmanen. Door de ontwikkeling van computers en internationale samenwerkingen kreeg de meteorologie nieuwe impulsen. Onderzoekers kregen steeds meer vat op ingewikkelde fysische processen en het klimaatsysteem. Sindsdien is de rol van het KNMI op het gebied van klimaat leidend. Dit is alleen maar versterkt doordat de klimaatproblematiek hoog op de politieke agenda staat.